Wij plaatsen enkele cookies zodat de artikelen eenvoudig gedeeld kunnen worden op social media. Daarnaast maken wij gebruik van google analytics om het gebruik van de website te analyseren. Hierbij zijn de IP-adressen geanonimiseerd.
Deze cookies zijn niet essentieel voor het gebruik van de website. Lees meer in ons privacybeleid
Cookies accepteren

Hoe kan de vorming van nieuw trilveen gestimuleerd worden?

Dat is de vraag waarop wij met Witteveen+Bos, Bureau Waardenburg, Universiteit van Amsterdam en het EIS het antwoord boven water proberen te krijgen.

Trilvenen zijn unieke stukjes veennatuur, die voor veel (bedreigde) plant- en diersoorten een noodzakelijke biotoop vormen. De bestaande trilvenen verdwijnen door veroudering naar zuurdere rietlanden, vermesting, verdroging en atmosferische N-depositie, terwijl nieuwe verlanding niet of nauwelijks op gang komt.

Waarom moet trilveen behouden blijven?
Laagveengebieden behoren tot de meest soortenrijke landschappen die in Nederland voorkomen, doordat er veel verschillende leefgebieden voorkomen zoals open water met waterplanten, rietlanden en veenbossen. Onder goede condities verlanden wateren met waterplanten tot trilvenen, die zich uiteindelijk doorontwikkelen tot zuurdere rietlanden en bossen. Als er niets gebeurt, komen er binnen enkele decennia echter geen trilvenen meer voor in Nederland, terwijl deze trilvenen heel belangrijk zijn voor zeer veel beschermde en zeldzame flora- en faunasoorten in het Nederlandse laagveengebied. 

Hoe moet het ontstaan van trilveen gestimuleerd worden?
De manieren van stimulatie die in het onderzoek gebruikt worden zijn:

  • Kreeftenhet inbrengen van biobouwers ;
  • het bestrijden van kreeft- en ganzenvraat. 

Waarom wordt gekozen voor het toepassen van biobouwers en het tegengaan van vraat?
Eerder onderzoek suggereert dat de water- en bodemkwaliteit op veel locaties beter aan het worden is. Het ontbreken van geschikte planten (biobouwers) en de aanwezigheid van grote aantallen kreeften en ganzen wordt dan waarschijnlijk een groot knelpunt voor de ontwikkeling van jonge verlandingsstadia zoals trilvenen. In dit onderzoek voeren de adviesbureaus (model)studies en veldexperimenten uit om trilveenverlanding op landschapsschaal weer op gang te krijgen en grip te krijgen op de factoren die daarvoor van belang zijn.

Het onderzoek loopt tot eind 2020 en wordt uitgevoerd in opdracht van de Vereniging van Bos- en Natuureigenaren (VBNE).

Meer over Ecologie