x
Buro Bakker is nu onderdeel van ATKB. Andere naam; dezelfde medewerkers, projecten en locatie (Assen). Bereikbaar op 088 - 1153200 Lees meer

Plastic in ons (oppervlakte)water krijgt steeds meer aandacht. Steeds vaker wordt hierbij onderzoek gedaan naar het type plastic en de hoeveelheden die zich in het milieu bevinden. Ook Rijkswaterstaat Oost-Nederland heeft zichzelf de vraag gesteld hoeveel plastic er aanwezig is in haar wateren en hoe dit in beeld te brengen is. Voor dit laatste is ons gevraagd een praktisch toepasbare methodiek te ontwikkelen waarmee de concentratie en de verticale verdeling van plastic in de waterkolom in beeld gebracht kan worden. Hier zijn we mee aan de slag gegaan!

De basis voor dit project werd gevormd door onze jarenlange ervaring met de bemonstering van vislarven. Door gebruik te maken van zeer fijnmazige netten, die in de stroming hangen, is het mogelijk om een beeld te krijgen van het aantal vislarven in de waterkolom. Voor plastics is dit feitelijk niet anders. Wel is het noodzakelijk de bestaande methodiek te optimaliseren. Want wat is er mogelijk en wat niet? Waar kunnen we het beste meten? Hoe krijgen we de netten op de juiste diepte? Welke maaswijdte passen we toe? Hoe gaan we om met algenbloei? Wat is de ideale monitoringsduur?

Om antwoord te krijgen op bovenstaande vragen werden de ervaringen uit de praktijk ondersteund door (voorlopige) analyseresultaten van de Radboud Universiteit. Hierbij werd een praktisch uitvoerbare methodiek steeds verder ontwikkeld. Uiteindelijk bestaat deze uit drie puntvormige netten die boven elkaar in de waterkolom hangen. Hierdoor kan tegelijkertijd op drie verschillende dieptes gemeten worden (boven, midden en onder). De puntvormige netten bestaan uit zeer fijnmazig netwerk en zetten zich in de stroming als een windvaan. Door een constructie bestaande uit lijnen en een bodemgewicht blijven ze op hun plaats.

De uiteindelijke methodiek is relatief snel en eenvoudig toepasbaar op een diversiteit aan locaties. Er kan gemeten worden vanaf een werkboot, maar ook bij kademuren of pontons. De toegepaste netten zijn bijzonder geschikt gebleken om de hoeveelheid en soorten mesoplastic (0,5-5 mm) in korte tijd in beeld te brengen. Ook voor macroplastics (> 5 mm) is de methode geschikt, alleen dient wel langer gemeten te worden om voldoende aantallen te vangen voor verdere analyse. Het differentiëren naar waterdiepte is vooral interessant voor de hoofdstroom van rivieren en minder voor de oevers.

Lees hier het rapport over testfase monitoring plastic in de Rijntakken (ATKB)

Lees hier het rapport over plastic in de waterkolom van de Boven-Rijn, Waal en IJssel (rapport Radboud Universiteit)