Buro Bakker is nu onderdeel van ATKB. Andere naam; dezelfde medewerkers, projecten en locatie (Assen). Bereikbaar op 088 - 1153200 Lees meer

Collega Max van de Ven schreef, in opdracht van ARK Natuurontwikkeling en Sportvisserij Nederland, mee aan een artikel over een deskstudie naar de voedselbeschikbaarheid voor jonge steur in de Rijn. Dit artikel is gepubliceerd op Nature Today. Wij stelden Max een aantal vragen over deze deskstudie. (Foto: B. Kimmel CC BY-SA 4.0).

Lees het volledige artikel op de website van Nature Today via deze link of onderaan dit bericht.

Wil je je kort voorstellen?
Mijn naam is Max van de Ven. Sinds 2018 ben ik werkzaam op de afdeling Aquatische Ecologie bij ATKB. In 2005, na het afronden van mijn studie biologie en milieukunde aan de Radboud universiteit in Nijmegen, ben ik naar Zuid-Amerika gegaan. Daar heb ik onder andere onderzoek gedaan aan de vervuilingsproblematiek en de visgemeenschap in de Pilcomayo rivier. Ook heb ik een boek geschreven over de Pilcomayo rivier en ben ik werkzaam geweest als docent tropische viskweek. In Bolivia ben ik getrouwd en vader geworden. In 2018 besloten we om terug te gaan naar Nederland, met name vanwege de betere scholingsmogelijkheden hier voor onze kinderen. Al redelijk vlug stuitte ik op een vacature bij ATKB die aansloot bij mijn interesses en capaciteiten en heb ik gesolliciteerd. En met succes dus. Inmiddels ben ik dus alweer bijna drie jaar werkzaam bij ATKB en heb ik aan een groot aantal verschillende projecten mogen meewerken. De leukste projecten vind ik de projecten die een duidelijke impact hebben, waarbij je het gevoel hebt dat je een belangrijke bijdrage hebt mogen leveren aan een mooiere wereld.

Max van de Ven

Wat was jouw rol in deze deskstudie?
De data-analyse en rapportage van deze studie heb ik grotendeels alleen uitgevoerd. De dataset met vangsten van macrofauna is door Rijkswaterstaat ter beschikking gesteld. De resultaten van de studie worden door ARK Natuurontwikkeling, Sportvisserij Nederland en het Wereld Natuurfonds gebruikt als onderdeel van een haalbaarheidsstudie naar de re-introductie van de Europese steur in de Rijn. De studie is gefinancierd met geld van de Groen Blauwe Rijnalliantie.

Kwamen de resultaten van het onderzoek overeen met de verwachting die je vooraf had?
Ik had wel verwacht dat er in de Rijn voldoende voedsel aanwezig zou zijn voor een (kleine) populatie steuren, zeker omdat er in de afgelopen decennia serieuze stappen zijn gezet in het verbeteren van de waterkwaliteit van de grote rivieren. Ook het areaal en de diversiteit van riviergebonden habitat is de laatste jaren verder toegenomen. Wat me wel heeft verbaasd is de grote diversiteit aan voedselorganismen en de lokaal soms zeer hoge dichtheden.

Is er nog iets dan je wilt vermelden of aanvullen in relatie tot dit artikel?
Als ik zie hoeveel mensen zich met passie inzetten voor het behoud en herstel van onze rivieren en de bewoners, dan word ik daar wel blij van. Natuurlijk is er nog een lange weg te gaan. Met name economische belangen worden in veel gevallen nog altijd zwaarder gewogen dan ecologische belangen. Maar als ik de huidige situatie vergelijk met die van 20 jaar geleden dan is er veel veranderd. De richting waarin we ons bewegen geeft me goede hoop voor de toekomst.

______________________________________________________________________________________________________________

Voldoende voedsel voor de steur in de Rijn

Halverwege de vorige eeuw verdween de Europese steur uit de Rijn. Nu de kwaliteit van de Rijn aanzienlijk is verbeterd, wordt gewerkt aan de terugkeer van deze bijzondere oervis. Op initiatief van ARK Natuurontwikkeling en Sportvisserij Nederland is onderzocht hoe het is gesteld met het voedsel voor jonge steuren in de Rijn. Uit een haalbaarheidsstudie blijkt dat dat wel goed zit.

De steur weer terug
Onlangs verscheen het First Action Plan for the European Sturgeon for the Lower Rhine. Het actieplan bevat een overzicht van de kansen en bedreigingen en beschrijft de route naar een herintroductie van de steur in de Rijn in 2030. Op basis van een groot aantal studies blijken de seinen voor de terugkeer van een zelfredzame populatie steuren in de Rijn bijna allemaal op groen te staan. Wel zijn er nog een aantal obstakels te nemen en waren enkele belangrijke vragen nog onbeantwoord. Zo ontbraken tot voor kort gedetailleerde gegevens over de voedselbeschikbaarheid voor jonge (juveniele) steuren in de Rijn.

Onderzoek naar voedselbeschikbaarheid
Om na te gaan of er in de Rijn voldoende geschikte voedselorganismen voor steuren aanwezig zijn, voerde adviesbureau ATKB, in opdracht van ARK en Sportvisserij Nederland, een studie uit. Voor het onderzoek, dat mede mogelijk werd gemaakt door de Groen Blauwe Rijnalliantie, is naast een groot aantal wetenschappelijke artikelen, tevens gebruik gemaakt van een door Rijkswaterstaat beschikbaar gestelde database met gegevens over het voorkomen van macrofauna in de Nederlandse Rijntakken.

Op basis van gegevens uit de literatuur is eerst een lijst opgesteld van voedselorganismen waarvan bekend is dat zij door juveniele steurtjes worden gegeten. Indien bekend, is daarbij aangegeven in hoeverre het voorkeursvoedsel betreft of organismen die minder graag worden gegeten. Deze lijst is vervolgens vergeleken met de soorten in de database van Rijkswaterstaat. Het resultaat is een overzicht van voedsel dat door jonge steuren wordt gegeten én voorkomt in het (potentiële) leefgebied van de steur in Nederland. De resultaten zijn vergeleken met de voedselbeschikbaarheid in optimale riviersystemen, zoals het riviersysteem van de Gironde, Garonne en Dordogne in Zuid-Frankrijk.

Gevarieerd dieet
Jonge Europese steuren voeden zich met een grote variëteit aan voedseldiertjes uit verschillende taxonomische groepen, waaronder Polychaeta (veelborstelwormen), Oligochaeta (weinigborstelwormen), Decapoda (garnalen, krabben), Isopoda (waterpissebedden), Amphipoda (vlokreeften), Mysida (aasgarnalen), Copepoda (eenoogkreeftjes), Chironomidae (muggenlarven) en Nematoden (rondwormen). In algemene zin bestaat het voorkeursvoedsel van jonge Europese steuren uit kleinere zachte organismen die zich in en nabij de zachte rivierbodem ophouden. Ondanks deze voorkeur lijken jonge steuren erg flexibel als het gaat om de specifieke soorten waarmee zij zich voeden. Zij passen zich dan ook, indien nodig, aan het lokale aanbod aan. Bovendien zijn er ook aanwijzingen dat zij actief op zoek gaan naar gebieden waar hun favoriete prooidieren in hogere dichtheden voorkomen.

Voedselpakket van jonge steuren. (Foto’s: Hans Hillewaert (CC BY-SA 4.0) en Michal Maňas (CC BY 2.5)).

Aan het eten zal het niet liggen…
Alle bekende voedselorganismen die belangrijk zijn voor Europese steuren in hun eerste levensjaar, blijken in zowel de Rijntakken als in het benedenrivierengebied voor te komen. In totaal zijn in het onderzoeksgebied meer dan 400 verschillende families en soorten voedselorganismen geïdentificeerd. De diversiteit is daarbij iets hoger in de Rijntakken dan in het benedenrivierengebied (waar de benedenloop van de Rijn en Maas in zee uitkomen). De meest frequent aangetroffen groepen in de Rijntakken en benedenrivieren zijn Chironomidae (muggenlarven), Amphipoda (vlokreeften), Oligochaeta (weinigborstelwormen), Bivalvia (tweekleppigen/weekdieren), Gastropoda (slakken) en Polychaeta (veelborstelwormen). Van deze organismen worden alleen slakken en tweekleppigen door jonge steuren waarschijnlijk niet gegeten.

Verspreidingskaarten (klik voor grote versie) van de Nieuwe Merwede, de Biesbosch en Hollands Diep met de verspreiding en aantallen Oligochaeta of borstelwormen (boven) en Isopoda of pissebedden (onder). Dit is favoriet voedsel van jonge steuren. De locaties waar dit voedsel veel voorkomt, is ook interessant voor jonge steuren om te foerageren. Bron: voedselstudie Europese steur

Hoge dichtheden
De dichtheden van voedselorganismen in de Rijntakken en het benedenrivierengebied worden gekenmerkt door een grote variatie in tijd en ruimte. Over het algemeen zitten er meer voedselorganismen hoger in de ondiepere zones dan in de diepe zones. Ook zitten ze hoger in de benedenrivieren dan in de verder stroomopwaarts gelegen Rijntakken. Op specifieke locaties (hotspots) worden soms grote dichtheden aangetroffen van enkele tienduizenden voedselorganismen per vierkante meter, vergelijkbaar met de aantallen in de voorkeurszones van de steuren in de Gironde in Frankrijk. Op basis van deze onderzoeksresultaten kan daarom worden aangenomen dat er voldoende geschikte voedseldiertjes aanwezig zijn voor steuren in de Rijn.

Lees hier het volledige onderzoeksrapport.

Auteurs:
Max van de Ven (ATKB)
Bram Houben (ARK Natuurontwikkeling)
Karsten Reiniers (ARK Natuurontwikkeling)

Verspreidingskaart, voedselpakket jonge steur, Max van de Ven