Overslaan en naar de inhoud gaan

Gezenderde blauwneuzen opgedoken bij Koblenz

Waarneming onderstreept belang van internationale monitoring van vismigratie in de Rijn

Twee blauwneuzen die vorig jaar bij Tiel zijn voorzien van een zender, zijn dit voorjaar ruim 300 kilometer stroomopwaarts waargenomen in de Rijn bij Koblenz in Duitsland. De waarneming laat zien hoe groot het leefgebied van riviervissen kan zijn en onderstreept het belang van internationale samenwerking bij onderzoek naar vismigratie in het Rijnstroomgebied.

De blauwneus is een stroomminnende vissoort die voorkomt in grote rivieren. In augustus vorig jaar voorzagen onderzoekers van ecologisch adviesbureau ATKB, in opdracht van Rijkswaterstaat, meerdere riviervissen van een zender in de Waal bij Tiel. Daar onderzoeken ze hoe vissen de rivier en de oevergeulen achter langsdammen gebruiken. Dat twee blauwneuzen nu bij Koblenz zijn geregistreerd, levert waardevolle aanvullende informatie op. De vissen hebben sinds het moment van zenderen ruim 300 kilometer stroomopwaarts afgelegd. Daarmee laat de waarneming zien dat kennis over vismigratie niet ophoudt bij één riviertraject of landsgrens. 

Eén riviersysteem, meerdere landen

Voor vissen vormt de Rijn één samenhangend leefgebied, van Zwitserland tot aan de Noordzee. Om migratiebewegingen op die schaal beter te kunnen volgen, werkt ATKB samen met onderzoekers uit Duitsland en Zwitserland aan een gezamenlijk meetnet in de Rijn. Hierbij worden vissen met akoestische telemetrie gevolgd. ,,De waarnemingen bij Koblenz laten precies zien waarom zo’n internationaal meetnet nodig is”, zegt ecoloog Rob Kroes van ATKB. ,,Vissen houden zich niet aan landsgrenzen. Als we willen begrijpen hoe soorten zich door het Rijnsysteem verplaatsen, moeten we ook op die schaal meten.”

Het onderzoek bij Tiel richt zich in eerste instantie op het gebruik van oevergeulen achter langsdammen. Deze geulen zijn rustiger dan de hoofdgeul van de rivier en kennen minder verstoring door onder meer scheepvaart, golfslag en geluid. ATKB onderzoekt of riviervissen zoals blauwneus, barbeel en winde deze oevergeulen gebruiken als leefgebied. In totaal zijn voor het onderzoek bij Tiel 90 vissen van acht verschillende riviervissoorten gezenderd. De eerste resultaten wijzen erop dat de oevergeulen ook voor stromingsminnende vissoorten een geschikt leefgebied kunnen vormen.

Blijvende monitoring nodig

Volgens Kroes is de vondst bij Koblenz een waardevolle bijvangst van het onderzoek bij Tiel. ,,Deze twee blauwneuzen leveren niet alleen informatie op over het functioneren van de langsdammen, maar ook over vismigratie in het hele Rijnsysteem. Dat is belangrijke kennis voor rivierbeheer en bescherming van vissoorten.” Het internationale meetnet kan ook bijdragen aan meer kennis over andere vissoorten in de Rijn, zoals zalm, elft en aal. Juist voor zulke beschermde en migrerende soorten is volgens Kroes langdurige monitoring essentieel.

,,Hiervoor is het wel nodig dat de landen langs de Rijn blijven samenwerken”, zegt Kroes. ,,Voor delen van het meetnet is nu alleen tijdelijke financiering beschikbaar. Zonder structurele steun dreigt waardevolle kennis verloren te gaan, terwijl we van veel beschermde vissoorten in de Rijn nog te weinig weten.”

Binnenkort leest ATKB opnieuw gegevens uit bij de langsdammen bij Tiel. Dan moet blijken of de blauwneuzen deze zomer opnieuw vanuit Duitsland zijn teruggekeerd.

 

Materieel