Buro Bakker is nu onderdeel van ATKB. Andere naam; dezelfde medewerkers, projecten en locatie (Assen). Bereikbaar op 0592-313 389 Lees meer

Ter controle van het aanbrengen van een afdeklaag onder water zijn door ATKB gedetailleerde metingen verricht van de bodemopbouw in een recreatieplas.

In het kader van de kwaliteitsimpuls Krimpenerhout zijn er ter plaatse van de zwemplas Krimpenerhout maatregelen getroffen om blauwalgbloei tegen te gaan. Door aannemingsbedrijf Verboon Maasland iseen zandlaag aangebracht om de aanwezige nutriëntenrijke sliblaag af te dekken. Voorafgaand, gedurende en na afronding van het afzanden zijn door ATKB peilingen uitgevoerd met onderwaterradar en multibeam sonar om het afzandingsproces te monitoren. Uit de resultaten van de peilingen blijkt dat onderwaterradar uitermate geschikt blijkt voor het nauwkeurig bepalen van laagdikten. Onderstaande afbeelding laat een voorbeeldscan zien, waar zelfs de laagscheiding tussen verschillende afzandrondes zichtbaar is (er zijn twee fases van ca. 10 cm aangebracht).

Voorbeeld scan onderwaterradar (rode lijn = bovenkant waterbodem, gele lijn = onderzijde afdeklaag, groene lijn = scheiding tussen fase 1 en fase 2 van de afzanding).

De scans met de onderwaterradar zijn verwerkt tot vlakdekkende kaarten, waarop de dikte van de afdeklaag voor de gehele plas inzichtelijk wordt gemaakt.

Voorbeeld diktebepaling afdeklaag o.b.v. onderwaterradar...

Met behulp van multibeam sonar is een nauwkeurige vlakdekkende kartering van de waterdiepte gemaakt. Een voorbeeld is opgenomen in de onderstaande afbeelding. Opvallend is dat er nog een aantal ‘ruggen’ zichtbaar zijn onder water, die vermoedelijk veroorzaakt zijn tijdens een voorgaande baggerronde. Ook blijkt uit deze uitpeiling dat de gebruikte methode van afzanden de structuur van de waterbodem intact laat en zorgt voor een uniform verdeeld afdeklaag.

Voorbeeld uitpeiling met multibeam

Door de in- en uitpeiling met elkaar te vergelijken, valt op dat er een zekere mate van inklinking heeft plaatsgevonden. De gemiddelde afname van de waterdiepte bedraagt 16,7 cm, terwijl de gemiddelde aangebrachte laagdikte op basis van de radarmetingen 26 cm bedraagt (en daarmee ruim voldoet aan de gestelde eisen).

Conclusie
Uit dit onderzoek blijkt dat in- en uitpeiling van de waterdiepte alleen een minder nauwkeurig resultaat geeft dan een niet-destructieve meting van de bodemopbouw met behulp van onderwaterradar.